With this paper, it is illustrated that a focus on entrepreneurship training in the nature and wilderness sector is relevant for diverse organisations and situations. The first curricula on nature entrepreneurship are currently being developed. In this paper the authors describe a project that focusses on educating the next generation of nature entrepreneurs, reflect on the Erasmus Intensive Program ‘European Wilderness Entrepreneur’ and the Wild10 World Café on nature entrepreneurship training. Sharing and learning from experiences is highly recommended to further develop and strengthen the curricula while considering the dynamic context of nature conservation and restoration of ecological processes.
MULTIFILE
Biodiversity, including entire habitats and ecosystems, is recognized to be of great social and economic value. Conserving biodiversity has therefore become a task of international NGO’s as well as grass-roots organisations. The ‘classical’ model of conservation has been characterised by creation of designated nature areas to allow biodiversity to recover from the effects of human activities. Typically, such areas prohibit entry other than through commercial ecotourism or necessary monitoring activities, but also often involve commodification nature. This classical conservation model has been criticized for limiting valuation of nature to its commercial worth and for being insensitive to local communities. Simultaneously, ‘new conservation’ approaches have emerged. Propagating openness of conservation approaches, ‘new conservation’ has counteracted the calls for strict measures of biodiversity protection as the only means of protecting biodiversity. In turn, the ’new conservation’ was criticised for being inadequate in protecting those species that are not instrumental for human welfare. The aim of this article is to inquire whether sustainable future for non-humans can be achieved based on commodification of nature and/or upon open approaches to conservation. It is argued that while economic development does not necessarily lead to greater environmental protection, strict regulation combined with economic interests can be effective. Thus, economic approaches by mainstream conservation institutions cannot be easily dismissed. However, ‘new conservation’ can also be useful in opening up alternatives, such as care-based and spiritual approaches to valuation of nature. Complementary to market-based approaches to conservation, alternative ontologies of the human development as empathic beings embedded in intimate ethical relations with non-humans are proposed. https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
Feelings of disconnectedness and social isolation among older adults are increasingly recognised as important challenges of our times. Interestingly, nature interaction can stimulate social connectedness and enhance perceived social support, indicating that nature can contribute to social wellbeing. However, nature may not always be around or accessible for older adults. In such cases, digital nature could provide an alternative means for enjoying nature's benefits. To identify limitations and restrictions that older adults experience with respect to nature interaction, and to explore preferences with respect to digital nature and their potential for influencing social wellbeing, two studies are reported: a qualitative study comprising focus groups with Dutch care centre residents (N = 26) and a subsequent quantitative study (N = 200) testing effects of digital landscapes on social wellbeing measures. Findings from the focus groups indicate that opportunities for nature interaction and preferences for digital nature vary with mobility restrictions, whereas findings from the quantitative study testify to the potential of digital nature for enhancing social wellbeing and related emotions. These findings extend research on how (digital) nature interventions can contribute to the social wellbeing of older adults and pinpoint essential nature characteristics important for doing so.
Aanleiding: De belangstelling voor gezonde en veilige voeding is groot. Bij de gezondheidseffecten van voeding spelen de darmen een cruciale rol. Verschillende soorten bedrijven hebben behoefte aan natuurgetrouwe testmodellen om de effecten van voeding op de darmen te bestuderen. Ze zijn vooral op zoek naar modellen waarvan de uitkomsten direct vertaalbaar zijn naar het doelorganisme (de mens of bijvoorbeeld het varken) en die niet gebruikmaken van kostbare en maatschappelijke beladen dierproeven. Doelstelling Het project 2-REAL-GUTS heeft als doel om twee innovatieve dierproefvrije darmmodellen geschikt te maken voor onderzoek naar voedingsconcepten en -ingrediënten. De twee darmmodellen die worden toegepast zijn darmorganoïden, minidarmorgaantjes bestaande uit stamcellen, en darmexplants bestaande uit hele stukjes darm verkregen uit relevante organismen. Beide modellen hebben potentieel heel uitgebreide toepassingsmogelijkheden en hebben ook grote voordelen ten opzichte van de huidige veelgebruikte cellijnen, omdat ze meerdere in de darm aanwezige celtypen bevatten en uit verschillende specifieke darmregio's te verkrijgen zijn. Gezamenlijk gaan de partners werken aan: 1) het aanpassen van de kweekomstandigheden zodat darmmodellen geschikt worden om de vragen van partners te beantwoorden; 2) het vaststellen van de toepassingsmogelijkheden van de darmmodellen door verschillende stoffen en producten te testen. Beoogde resultaten Kennisconferenties, publicaties en exploitatie van de modellen zullen zorgen voor het verspreiden van de opgedane kennis. Omdat het project gebruikmaakt van moderne, op de toekomst gerichte laboratoriumtechnieken (kweekmethoden met stamcellen en vitaal weefsel, moleculaire analyses en microscopie), leent het zich uitstekend om geïmplementeerd te worden in het hbo-onderwijs. Als spin-off zal het project dan ook voorzien in een specifieke, voor Nederland unieke hbo-minor op het gebied van stamcel- en aanverwante technologie (zoals organ-on-a-chiptechnologie).
De doelstelling van het project is het ontwikkelen van een breed gedragen basis voor samenwerking tussen de partners in het Living Lab Upper Citarum River Basin het opstellen van een breed gedragen Action Plan voor het toepassen van de beginselen van de circulaire economie als basis voor duurzame ontwikkeling van het Upper Citarum River Basin. In november 2016, heeft Hogeschool Van Hall Larenstein namens het Nederlandse Delta Platform een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met University of Technology Bandung (ITB). Hiermee is de totstandkoming van het Living Lab Upper Citarum Basin officieel bekrachtigd. Daarnaast zijn ook andere partijen zoals Telkom University, de Radboud Universiteit en Deltares betrokken en wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de functie van springplank die het Living Lab mogelijk voor het Nederlandse MKB kan bieden. Vlak na de totstandkoming van het Living Lab is afgesproken dat het Living Lab zich zal gaan richten op duurzame ontwikkeling en waterbeheer, waarbij de principes van de circulaire economie als leidend principe zullen worden toegepast. Bovendien is afgesproken om gezamenlijk te werken aan de ontwikkeling van on-derwijsmateriaal. Met dit project zullen tijdens werksessies met de betrokken partners en stakeholders in Bandung de meest veelbelovende kernthema’s voor samenwerking worden geïdentificeerd en verder concreet worden gemaakt. Hiervoor is het noodzakelijk om de ketens van stofstromen in het Citarum River Basin inzichtelijk te maken en hierbij kansen te identificeren voor het Nederlandse bedrijfsleven (MKB). In eerste instantie wordt hierbij ge-dacht aan bouwen met bagger, bouwen met plastic afval, building with nature, drinkwatervoorziening, afwate-ring en afvalwaterzuivering.
The pace of technology advancements continues to accelerate, and impacts the nature of systems solutions along with significant effects on involved stakeholders and society. Design and engineering practices with tools and perspectives, need therefore to evolve in accordance to the developments that complex, sociotechnical innovation challenges pose. There is a need for engineers and designers that can utilize fitting methods and tools to fulfill the role of a changemaker. Recognized successful practices include interdisciplinary methods that allow for effective and better contextualized participatory design approaches. However, preliminary research identified challenges in understanding what makes a specific method effective and successfully contextualized in practice, and what key competences are needed for involved designers and engineers to understand and adopt these interdisciplinary methods. In this proposal, case study research is proposed with practitioners to gain insight into what are the key enabling factors for effective interdisciplinary participatory design methods and tools in the specific context of sociotechnical innovation. The involved companies are operating at the intersection between design, technology and societal impact, employing experts who can be considered changemakers, since they are in the lead of creative processes that bring together diverse groups of stakeholders in the process of sociotechnical innovation. A methodology will be developed to capture best practices and understand what makes the deployed methods effective. This methodology and a set of design guidelines for effective interdisciplinary participatory design will be delivered. In turn this will serve as a starting point for a larger design science research project, in which an educational toolkit for effective participatory design for socio-technical innovation will be designed.