Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Leraren krijgen in hun dagelijkse onderwijspraktijk regelmatig te maken met vragen waar geen pasklare antwoorden op zijn. Voor leraren met een stevig onderzoekend vermogen is het makkelijker om te gaan met de uiteenlopende kennisvragen die zich tijdens hun werk voordoen. Dit boek biedt studenten op de lerarenopleiding het gereedschap om onderzoekend vermogen te ontwikkelen. In drie delen komen er typische beroepssituaties aan bod, zoals het ontwerpen van lessen of het creëren van een veilig pedagogisch klimaat. Vragen die onder meer aan de orde komen zijn: hoe kom je tot de juiste onderzoeksvragen? Hoe bepaal je de passende grondigheid om die vragen te beantwoorden? Hoe doorloop je eventueel een onderzoekscyclus om te komen tot een antwoord? En wat betekenen de uitkomsten voor je handelen als docent? Al werkenderwijs krijg je daarbij diverse methoden van dataverzameling en -analyse aangereikt die makkelijk toepasbaar zijn in je werk als leraar. Onderzoekend vermogen ontwikkelen in je lerarenopleiding is geen handboek waarmee je leert om onderzoek te doen, maar een praktijkboek dat draait om hoe je als docent komt tot adequate, relevante en bruikbare antwoorden op vragen ter bevordering van je professionele ontwikkeling.
LINK
José Beijer volgde een half jaar lang vier studenten en hun begeleiders op de lerarenopleiding in de zogenoemde werkervaringsreflectie bijeenkomsten. Hierin komen de twee belangrijke pijlers van de opleiding samen: opleiding en leren op de werkplek. Dat biedt de mogelijkheid om de betrokkenen van zowel opleiding als werkveld in het onderzoek te betrekken. Een onderzoek als dit geeft de mogelijkheid om het brede onderwerp, aandacht voor studenten uit etnische minderheidsgroepen in de lerarenopleiding, in te perken en concrete, gedetailleerde en herkenbare beschrijvingen te maken van de studenten en hun functioneren in onderwijssituaties. Het doel is om inzicht te krijgen in de factoren die van invloed zijn op hun studiesucces en de rol van alle betrokkenen daarbij. Gegeven het risico op uitval van deze studenten staat de vraag centraal welke behoeften wensen en verwachtingen zij hebben en de manier waarop die in het onderwijs aandacht kunnen krijgen. Daarmee wordt met dit onderzoek een begin gemaakt.
DOCUMENT
Dit artikel levert een bijdrage aan de kennis over computational thinking (CT) op de lerarenopleiding door de theoretische achtergrond van CT te verkennen. Eerst wordt het opkomst van CT als onderwijskundig fenomeen onder de loep genomen, gevolgd door een verkenning van de raakvlakken tussen CT en rekenen-wiskunde. Tot slot wordt literatuur gepresenteerd over leerkrachtvaardigheden die nodig zijn om CT te onderwijzen op de basisschool. Dit alles mondt uit in aandachtspunten voor CT op de lerarenopleiding basisonderwijs. In een volgend artikel zullen de resultaten gepresenteerd worden van mixed-methodsonderzoek naar de kennis, vaardigheid, didactische vaardigheid en houding van Nederlandse pabo-studenten ten opzichte van CT.
LINK
In dit artikel wordt verslag gedaan van drie pilots die op de pabo van Hogeschool Windesheim in Zwolle (NL) zijn uitgevoerd in antwoord op de vraag in hoeverre op de pabo toekomstbestendig onderwijs kan worden vormgegeven. Onderwijsvernieuwing is een precair proces in een opleidingsgemeenschap waarvan zowel 'early adapters' als 'sceptici' deel uitmaken. Pilots geven professionele ruimte aan lerarenopleiders en studenten voor het opdoen van ervaringen waarvan kan worden geleerd. Wat de hier beschreven pilots laten zien is dat onderzoekend en ontwerpend leren tot grote betrokkenheid leidt en kansen biedt voor vernieuwend onderwijs.
DOCUMENT
Leraren krijgen in hun dagelijkse onderwijspraktijk regelmatig te maken met vragen waar geen pasklare antwoorden op zijn. Voor leraren met een stevig onderzoekend vermogen is het makkelijker om te gaan met de uiteenlopende kennisvragen die zich tijdens hun werk voordoen. Dit boek biedt studenten op de lerarenopleiding het gereedschap om onderzoekend vermogen te ontwikkelen. In drie delen komen er typische beroepssituaties aan bod, zoals het ontwerpen van lessen of het creëren van een veilig pedagogisch klimaat. Vragen die onder meer aan de orde komen zijn: hoe kom je tot de juiste onderzoeksvragen? Hoe bepaal je de passende grondigheid om die vragen te beantwoorden? Hoe doorloop je eventueel een onderzoekscyclus om te komen tot een antwoord? En wat betekenen de uitkomsten voor je handelen als docent? Al werkenderwijs krijg je daarbij diverse methoden van dataverzameling en -analyse aangereikt die makkelijk toepasbaar zijn in je werk als leraar. Onderzoekend vermogen ontwikkelen in je lerarenopleiding is geen handboek waarmee je leert om onderzoek te doen, maar een praktijkboek dat draait om hoe je als docent komt tot adequate, relevante en bruikbare antwoorden op vragen ter bevordering van je professionele ontwikkeling.
DOCUMENT
De theorie-praktijk kloof is berucht in het onderwijs. Theorie moet vaak nog verregaand worden aangepast aan de eigen onderwijsomstandigheden van de docent, zeg maar aan de lokale onderwijsecologie. Aan de andere kant zit er veel vakdidactische en praktijkkennis opgesloten in het hoofd van docenten, tacit knowledge, onzichtbaar voor studenten in lerarenopleiding. Wat nu als je die theorie deels gaat genereren in de eigen klassen van docenten en leraren in opleiding? Dan wordt de theorie-praktijk kloof kleiner, kan tacit knowledge mogelijk expliciet en zichtbaar worden, en wordt er een fundament gelegd voor blijvend leren van de eigen leservaring.
MULTIFILE
Veel onderzoek naar de ontwikkeling van vakdidactische kennis is uitgevoerd bij studenten van universitaire lerarenopleidingen. Hbo-bachelor studenten hebben in tegenstelling tot deze groep geen vakinhoudelijke opleiding afgerond. In deze verkennende casestudy is daarom onderzocht hoe hbo-bachelor studenten van de lerarenopleiding aardrijkskunde van Fontys in Tilburg denken over hun vakdidactische ontwikkeling. In vijf groepsinterviews gaven twaalf studenten blijk van een praktische instelling, waarin ze vooral zeggen te leren van vakdidactische cursussen, het leren op de werkplek en van voorbeelden van lerarenopleiders. Bij het leren op de werkplek lijkt de werkplekbegeleider een sleutelpositie te hebben, maar studenten merken een grote variatie in kwaliteit van werkplekbegeleiding op. Tenslotte is opvallend dat deze hbo-bachelorstudenten pas na twee à drie jaar studie het nut van vakdidactiek inzien en dan behoefte krijgen aan meer verdieping.
DOCUMENT
Dit stuk gaat in op de vakmanschapslijn, een opleidingslijn in het curriculum van de Lerarenopleiding Basisonderwijs aan de Christelijke Hogeschool Ede. De basis van de vakmanschapslijn wordt gevormd door vijf kritische beroepssituaties. Dit zijn beschrijvingen van vijf actuele, veelvoorkomende situaties relevant voor een startbekwame leraar. De vijf kritische beroepssituaties zijn: teach what you preach, grip op de groep, werk smart, kinderen en hun talenten en de professionele leergemeenschap. Het is een onderbouwing die het lectoraat heeft geschreven bij de vernieuwing van het curriculum.
DOCUMENT