Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Hoofdstuk 7 in Handboek Werken in de Wijk. 7.1 Inleiding 7.2 Wie zorgt voor wie in de participatiesamenleving 7.3 Hoe verhouden beroepskrachten en vrijwilligers zich tot elkaar? 7.4 Spanningsvelden tussen professionals en vrijwilligers 7.5 Naar een constructieve samenwerking 7.6 Competenties sociale professional 7.7 Besluit
LINK
Hoofdstuk 6 in Vrijwilligers in de budget- en schuldhulpverlening, beleidsaspecten, (juridische) aandachtspunten en praktische tips. Cahier Schuldenlast 4. 1. De vrijwilliger, een belangrijke speler bij fi nanciële problemen 2. Financiële problemen aanpakken 3. Vrijwilligersorganisaties bieden ondersteuning 4. Wat kunnen vrijwilligers betekenen? 5. Onder de juiste voorwaarden een echte meerwaarde 6. De klant van de vrijwilliger 7. De begeleiding 8. Gemeenten hebben interesse in vrijwilligers 9. Aandachtspunten bij het inzetten van vrijwilligers 10. Continuering is een punt van aandacht 7 ‘
DOCUMENT
Van 13 tot en met 18 augustus 2024 organiseerde de Nederlandse Volleybalbond (NeVoBo) samen met TIG Sports het Europees Kampioenschap (EK) Beachvolleybal 2024. Het toernooi duurde zes dagen en vond plaats in drie steden: Den Haag, Apeldoorn en Arnhem. Het evenement trok de Europese top van het beachvolleybal naar Nederland. De wedstrijden werden gespeeld op het strand van Scheveningen (Den Haag), het Marktplein in Apeldoorn, en het Marktplein in Arnhem. In totaal deden 19 verschillende landen mee aan dit EK. Het toernooi kende een opzet van 32 teams per gender, verdeeld over acht poules van vier teams. Na de poulefase gingen de beste teams door naar de knock-outfase. De openingswedstrijd vond plaats in Apeldoorn. De poulewedstrijden werden gespeeld op het Marktplein in zowel Apeldoorn als Arnhem, terwijl de halve finales en finales plaatsvonden op het strand van Scheveningen in Den Haag. Het Nederlandse duo Immers & van der Velde won een bronzen medaille bij de mannen. Aanleiding Grote topsportevenementen kunnen niet plaatsvinden zonder de hulp van vrijwilligers [1]. Toch is er tot op heden relatief weinig onderzoek gedaan naar de betekenis van sportevenementen als wordt gekeken naar de vrijwilligers die zich voor het evenement inzetten. Een aantal studies hebben aangetoond welke factoren van belang zijn voor tevredenheid van vrijwilligers over het evenement [2], [3]. Andere studies gaan in op de vraag welke factoren van belang zijn bij de keuze van vrijwilligers om na hun vrijwillige bijdrage zich later wederom op te geven als vrijwilliger bij een evenement [4], [5]. Een meta-analyse van wetenschappelijk werk over de motivatie van vrijwilligers heeft aangetoond dat er veel verschillende motivaties zijn om vrijwilligerswerk te doen bij sportevenementen [6]. Een andere reviewstudie stelt dat de vraag waarom mensen vrijwilligerswerk doen relatief veel is onderzocht, maar dat er een stuk minder bekend is over de 'wie' vraag en over effecten van het vrijwilligerswerk [7]. In vrijwel alle gevallen wordt de focus tijdens deze onderzoeken gelegd op de motivatie en beleving tijdens het evenement zelf, en wordt er niet gekeken naar hoe het evenement ook waarde en betekenis kan hebben voor de vrijwilligers na afloop van het evenement. Een uitzondering op de regel is de studie naar vrijwilligers (en bezoekers) bij de Nijmeegse Vierdaagse in 2016 [8], waar wel gekeken is naar betekenis van het evenement voor vrijwilligers. Doelstelling Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van het profiel van de vrijwilligers van het EK Beachvolleybal 2024, hun motivatie om vrijwillig aan bijdrage te leveren aan het evenement en op welke manieren het evenement voor betekenis zorgt bij deze groep.
DOCUMENT
De Hogeschool van Amsterdam voert, in nauwe samenwerking met een aantal stedelijke partners, het project ‘Informele zorg en diversiteit’ uit. Het project richt zich onder andere op zorgvrijwilligers. In de zomer van 2013 werkten 379 vrijwilligers in zorg en/of welzijn aan het onderzoek mee door een enquête in te vullen. In de enquête zijn vragen gesteld over de ervaringen met het verlenen van vrijwilligerswerk, ondersteuningsbehoeften en de samenwerking met professionele hulpverleners. Om meer te kunnen zeggen over de mogelijke verschillen tussen de diverse (zorg)vrijwilligers is ook gevraagd naar leeftijd, geslacht en andere kenmerken van de respondenten. In deze factsheet worden een aantal onderzoeksresultaten beschreven.
DOCUMENT
Sommige ouders krijgen in hun leven te maken met een opeenstapeling van omstandigheden die hun welbevinden negatief beïnvloeden, zoals schulden, gezondheidsproblemen en werkloosheid. Het kan voor deze ouders lastig zijn om te focussen op opvoeden. Zij kunnen profiteren van groepsgerichte opvoedingsondersteuning: preventieve activiteiten bedoeld om opvoedingscompetenties te vergroten en zo opvoedingsomstandigheden te verbeteren. Dit artikel beschrijft een onderzoek naar de factoren die door ouders, vrijwilligers en jeugdprofessionals als werkzaam worden ervaren in het versterken van ouders en het ontstaan van steunende netwerken, en de rol die jeugdprofessionals en vrijwilligers hierin spelen. Er werd een participatief, narratief onderzoeksdesign gehanteerd. Uit de analyse van de ervaringen van de betrokkenen komen drie inhoudelijke ervaren werkzame factoren naar voren: (1) uitwisselen en leren, (2) ontmoeten en steunen, en (3) ontspannen en opladen. Daarnaast komen er drie procesmatige ervaren werkzame factoren naar voren: (4) professionele vaardigheden van jeugdprofessionals en vrijwilligers, (5) structuur, en (6) groepsdynamiek. Deze zes ervaren werkzame factoren dragen er gezamenlijk aan bij dat ouders een steunend netwerk ontwikkelen en zich gesterkt voelen in hun ouderrol.
MULTIFILE
Niet alle ouderen zijn tevreden over de huidige vorm van dagbesteding. Een andere vorm van dagbesteding, georganiseerd voor en door de buurt kan hier mogelijk aan tegemoet komen. Door middel van interviews onder ouderen, professionals en vrijwilligers is nagegaan wat de huidige ervaringen zijn met dagbesteding en of er behoefte is aan ‘dagbesteding anders’.
DOCUMENT
Vrijwilligers zijn onmisbaar bij het in leven houden van de bijna 100 monumentale kerken die eigendom zijn van de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK). Het is dus belangrijk om te luisteren naar de ideeën en meningen van deze vrijwilligers, naast de opvattingen van experts. Hoe denken vrijwilligers over zulke energiebesparende maatregelen? Welke cultuurhistorische waarden vinden zij het belangrijkst? In hoeverre worden deze waarden naar hun mening aangetast door energiemaatregelen? In ons onderzoek zijn vier lokale commissies van vier SOGK-kerken in Groningen benaderd. Uit het onderzoek bleek dat vrijwilligers sterk gekant waren tegen energiemaatregelen die het aanzien van de kerk sterk zouden veranderen, zoals isolatie. Ook dubbel glas kon niet op de goedkeuring van vrijwilligers rekenen. Vloerverwarming werd gezien als de beste optie, dit verandert het aanzien van de kerk niet en bovendien zijn in de onderzochte kerken de vloeren niet meer origineel. De mening over zonnepanelen op het dak van de kerk was erg verschillend, van grote weerstand tot ‘geen probleem’
LINK
Uit dit onderzoek blijkt dat vrijwilligers met een brede set aan activiteiten inzetbaar zijn in meerdere fasen van het reclasseringstraject. Hoewel het primaire doel van hun inspanningen op het gebied van sociale inclusie ligt, hebben vrijwilligers ook een signalerende rol. De vraag is hoe de toegevoegde waarde van vrijwilligers het beste te benutten is bij de reclassering.
DOCUMENT
De poster is gepresenteerd bij de NV wetenschapsdagen palliatieve zorg: Door de groeiende omvang en complexiteit van palliatieve zorg neemt ook de druk op ziekenhuiszorg toe. Op een Palliatieve Unit (PU) worden patiënten opgenomen voor pijnbestrijding, herstel van bijwerkingen of in afwachting van passende vervolgzorg. De vraag is of vrijwilligers een rol kunnen spelen in de zorg op een PU. Een kwalitatieve studie werd uitgevoerd met semigestructureerde interviews en vignetten (korte scenario’s). Deelnemers waren drie verpleegkundigen en drie zorgvrijwilligers uit drie hospices in de regio, een teamleider en twee oncologieverpleegkundigen van de PU, en twee VS van het Palliatief Team. In een Community of Practice (CoP) met vertegenwoordigers van alle stakeholders zijn de resultaten besproken.
DOCUMENT