Verhandeling van Marie-Josée Corsten over het gebruik van bronnen in de (kunst)wetenschap: de oorsprong van alle informatie. Waar haal je informatie, hoe betrouwbaar is die en hoe correct wordt er mee omgesprongen? De titel van het artikel lijkt op een citaat van paus Johannes Paulus II, die in dezelfde termen over God spreekt: Hij die de bron en de oorsprong van de waarheid is: Eius qui fons est veritatis atque origo. Waaruit nog maar eens blijkt dat de Waarheid een terrein is waar wetenschap en religie beide aanspraak op maken. Hoe zit het eigenlijk met de kunst als derde grote kennisdomein? Vraag een kunstenaar naar zijn bronnen en het begrip bron krijgt een andere nuance. De bron is ‘waar iets vandaan komt’, en dat iets kan van alles zijn. Het gaat blijkbaar niet om de vorm, maar om de inhoud; niet om waar het uitkomt, maar wat er uitkomt. Maar waar een wetenschapper zijn bronnen moet evalueren op betrouwbaarheid en neutraliteit om gefundeerd stelling te kunnen nemen – de bewering is zo betrouwbaar als de bron -, is bij een kunstenaar het product, het kunstwerk de legitimatie van zijn brongebruik. Voor de universele geldigheid en herkenbaarheid van een kunstwerk is geen neutraliteit, maar een volstrekt persoonlijke, authentieke benadering en verwerking noodzakelijk.
Vanuit meerperspectivische waarderende kijk op het vakgebied ervaringsdeskundigheid kiezen we in dit boek voor een open benadering van de gehanteerde definiëringen van ervaringsdeskundigheid. Hoewel we verwachten dat veel lezers dit hoofdstuk verwachtingsvol inkijken op zoek naar standpunten, gaat onze voorkeur uit om ons niet vast te leggen op een van de beschreven definities. Zodoende vindt in dit hoofdstuk, in overeenstemming met de veelzijdige praktijk van ervaringsdeskundigheid, een verkenning plaats naar gedachten, concepten en eerdere beschrijvingen die leven onder ervaringsdeskundigen zelf. Hierbij hebben wij ons niet ten doel gesteld een theoretische exercitie uit te voeren, maar eerder te zoeken naar een beknopt overzicht van uiteenlopende opvattingen waarmee met name de beroepspraktijk gediend moet zijn. Ook hebben we in ogenschouw genomen dat er vanuit verschillende invalshoeken en opvattingen over herstelwerk en empowerment geschreven wordt net zoals over ervaringsdeskundigheid
Verifying information is one of the core activities of journalism. However, recent research shows that many stories derive from unchecked information from news agencies and PR material. That being said, reporters who do not use this pre-packaged material, but who instead produce original stories based on independent research, might be journalists who stay devoted to the verification of information. Therefore, this study focuses on in-depth stories that originated inside the newsroom. We expected that these kinds of stories would be checked and double-checked, because time constraints are less important and these stories are characteristic of independent, quality journalism. Contrary to this expectation, the results show that even these kinds of stories are not always vetted. The lack of time was seldom mentioned as an excuse. Our research points to avoidance mechanisms which inhibit journalists from verifying their information.
De eiwittransitie slaat aan en zeewier, eendenkroos en reststromen van landbouwgewassen vormen een deel van de voedselbronnen van de toekomst. De kennis over de smaak van eiwitten en aminozuren is groeiende, maar de relatie tussen chemische structuur en smaak verdient aandacht en dat kan door te focussen op kleine peptiden en losse aminozuren. Het project “Aahminozuren!” maakt dat mogelijk. Met deze KIEM aanvraag willen de hogescholen Inholland (Delft, Amsterdam) en HZ University of Applied Sciences (Vlissingen) samen met het bedrijf Biorefinery Solutions (Raalte) verkennend onderzoek doen in een samenwerking met een helder lange termijnperspectief. Doelstelling is tot methoden te komen die het mogelijk maken om enkele kleine eiwitten - en de aminozuren waaruit die zijn opgebouwd – chemisch te karakteriseren en op een doelmatige wijze sensorisch te beoordelen. De deelnemende opleidingen zijn complementair qua expertise en hebben een gezamenlijke affiniteit voor de productie van nieuwe voedingscomponenten uit alternatieve plantaardige bronnen. Daarbij staat smaak voorop. Het langetermijnperspectief is om uit zeewier, eendenkroos en reststromen van landbouwgewassen waardevolle componenten te kunnen isoleren met een toegevoegde waarde op het gebied van smaak. De onderliggende kennis die de relaties tussen structuur en smaak verklaren zal zo kunnen worden gegenereerd, en academische kennis wordt rijp gemaakt voor toepassingen. Doel is ook om ons onderwijs met die kennis en onderzoeksmethoden te verrijken. Studenten hebben in dit project een grote rol. In juni 2021 hopen we met hen en met hun begeleiders een basis te hebben gelegd voor een verdergaande onderzoeksagenda.
Om tegemoet te komen aan de eisen die gesteld worden aan werknemers in de huidig snel veranderende samenleving heeft de NHL Stenden Hogeschool gekozen voor een nieuw onderwijsconcept, namelijk Design Based Education (DBE). DBE is gebaseerd op het gedachtegoed van Design Thinking en stimuleert iteratieve en creatieve denkprocessen. DBE is een student-georiënteerde leeromgeving, gebaseerd op praktijk-, dialoog-, en vraaggestuurde onderwijsprincipes en op zelfsturend, constructief, contextueel en samenwerkend leren. Studenten construeren gezamenlijk kennis en ontwikkelen een prototype voor een praktijkvraagstuk. Student-georiënteerde leeromgevingen vragen andere begeleidingsstrategieën van docenten dan zij gewend zijn. Van docenten wordt verwacht dat zij studenten activeren gezamenlijk kennis te construeren en dat zij nauw samenwerken met werkveldprofessionals. Eerder onderzoek toont aan dat docenten, zelfs in een student-georiënteerde leeromgeving, geneigd zijn terug te vallen op conventionele strategieën. De overstap naar een ander onderwijsconcept gaat dus blijkbaar niet vanzelf. Collectief leren stimuleert docenten de dialoog aan te gaan met andere docenten en werkveldprofessionals met als doel gezamenlijk te experimenteren en collectief te handelen. De centrale vraag van het postdoc-onderzoek is het ontwerpen en ontwikkelen van (karakteristieken van) interventies die collectief leren van docenten en werkveldprofessionals stimuleren. Het doel van het postdoconderzoek is om de overstap naar DBE zo probleemloos mogelijk te laten verlopen door docenten te ondersteunen DBE leeromgevingen te ontwikkelen in samenwerking met werkveldprofessionals en DBE te integreren in hun docentactiviteiten. De onderzoeksmethode is Educational Design Research en bestaat uit vier fasen: preliminair onderzoek, ontwikkelen van prototypes, evaluatie en bijdrage aan de praktijk. Het onderzoek is verbonden aan het lectoraat Sustainable Educational Concepts in Higher Education en wordt hiërarchisch en inhoudelijk aangestuurd door de lector. Docenten, experts, werkveldprofessionals en studenten worden betrokken bij het onderzoek. Dit onderzoek kan zowel binnen als buiten de hogeschool een bijdrage leveren omdat steeds meer hogescholen kiezen voor een ander onderwijsconcept.
Various companies in diagnostic testing struggle with the same “valley of death” challenge. In order to further develop their sensing application, they rely on the technological readiness of easy and reproducible read-out systems. Photonic chips can be very sensitive sensors and can be made application-specific when coated with a properly chosen bio-functionalized layer. Here the challenge lies in the optical coupling of the active components (light source and detector) to the (disposable) photonic sensor chip. For the technology to be commercially viable, the price of the disposable photonic sensor chip should be as low as possible. The coupling of light from the source to the photonic sensor chip and back to the detectors requires a positioning accuracy of less than 1 micrometer, which is a tremendous challenge. In this research proposal, we want to investigate which of the six degrees of freedom (three translational and three rotational) are the most crucial when aligning photonic sensor chips with the external active components. Knowing these degrees of freedom and their respective range we can develop and test an automated alignment tool which can realize photonic sensor chip alignment reproducibly and fully autonomously. The consortium with expertise and contributions in the value chain of photonics interfacing, system and mechanical engineering will investigate a two-step solution. This solution comprises a passive pre-alignment step (a mechanical stop determines the position), followed by an active alignment step (an algorithm moves the source to the optimal position with respect to the chip). The results will be integrated into a demonstrator that performs an automated procedure that aligns a passive photonic chip with a terminal that contains the active components. The demonstrator is successful if adequate optical coupling of the passive photonic chip with the external active components is realized fully automatically, without the need of operator intervention.