Het beroepsonderwijs moet vernieuwend en op de toekomst gericht worden, aldus stelde de Stuurgroep Impuls Beroepsonderwijs en Scholing recent.
Wij startten met de opmerking dat er op het vlak van pedagogisch partnerschap tussen professionals en ouders bij brede scholen een wereld te winnen was. Is dat gelukt? Er is in ieder geval een goed begin gemaakt. In twee brede scholen is in gezamenlijkheid vastgesteld hoe de kinderen in die wijken moeten kunnen opgroeien. Voorzichtig gaat men samen aan de slag. Er zijn nieuwe activiteiten ontplooid, voortkomend uit het denken over het pedagogisch klimaat, waarbij in tegenstelling tot eerdere periodes ook ouders en kinderen duidelijk zijn betrokken. De werkwijze, waarmee dit proces kon worden gerealiseerd, hebben wij omgezet in een stappenplan dat bruikbaar is voor andere brede scholen. Wij hebben pijnpunten gevonden, waar blijvend op moet worden gelet. De wereld is niet veranderd, maar twee Amersfoortse brede scholen bouwen met nieuw elan aan hun ABC school en de wijk.
MULTIFILE
Studies uit binnen- en buitenland hebben laten zien dat de staf in de voor- en vroegschoolse periode relatief sterk is in emotionele ondersteuning van jonge kinderen maar duidelijk zwakker bij didactische ondersteuning. In een gecontroleerde experimentele studie onderzochten we de effecten van training voor pedagogisch medewerkers gericht op het verbeteren van de proceskwaliteit, in drie condities: een intensieve vve-variant, video interactiebegeleiding en een combinatie hiervan. De vve-training verbeterde de vaardigheden van de staf bij de didactische ondersteuning. De video- interactiebegeleiding bleek effectief in het verbeteren van de begeleiding tussen kinderen. Een micro-analyse van de interacties tussen de staf en de kinderen liet differentiële effecten zien van beide trainingen. De positieve resultaten uit deze studie onderstrepen het belang van gestructureerde en intensieve trainingen voor het versterken van de educatieve vaardigheden van pedagogisch medewerkers, met aandacht voor intensieve coaching op de werkvloer en video-feedback.
Het lectorenplatform Jeugd en Gezin heeft als missie om met kennis en praktijkgericht onderzoek bij te dragen aan het gezond, kansrijk en veilig opgroeien van jeugdigen, waarbij jeugdigen actief kunnen deelnemen in hun leefwerelden, in het bijzonder gezin/familie, school, buurt, vrije tijd en online. Het platform versterkt en professionaliseert de samenwerking van lectoren uit het jeugddomein en beoogt expertise en kracht te bundelen door het ontwikkelen en integreren van wetenschappelijke kennis, ervaringskennis en praktijkkennis. Het platform bevordert de deling van deze kennis en stimuleert de benutting ervan. Meer algemeen draagt het platform bij aan het versterken en ondersteunen van de kennisinfrastructuur in het jeugddomein en afstemmen daarvan op de kennisinfrastructuur in het brede sociaal domein. De onderzoeksagenda van het platform richt zich op vier thema’s: a) Een sterke pedagogische basis en een gezond pedagogisch klimaat in de leefwerelden van jeugdigen en gezinnen: familie, buurt, opvang/school, vrije tijd, online b) Gelijkwaardige samenwerking tussen jeugdigen, ouders/opvoeders en professionals c) Versterken van de kwaliteit van werkwijzen en interventies d) Samen leren in het jeugddomein Het platform werkt aan deze doelen en de doorontwikkeling van de onderzoeksagenda samen met jeugdigen en ouders, (toekomstige) professionals, vrijwilligers en bestuurders vanuit praktijk en beleid, opleidingen en onderzoek. De integratie van de drie kennisbronnen (wetenschap, ervaring en praktijk) versterkt het evidence-based denken en handelen in het jeugddomein. Het lectorenplatform richt zich op kennis en interactie en versterkt hiermee de verbindingen met en tussen regionale kenniswerkplaatsen Jeugd, expertisenetwerken Jeugd, Spronggroep INCLU-ZIE en de werkplaatsen sociaal domein op thema’s over Jeugd en Gezin. Het platform onderhoudt relaties met veel relevante landelijke partijen en sluit aan bij belangrijke bewegingen zoals onder meer de uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028.
Onderwijs in een grote stad als Amsterdam brengt een aantal specifieke aandachtspunten met zich mee. De meest uitdagende momenten voor docenten zijn voorziene of onvoorziene situaties waarbij controversiële onderwerpen aan de orde komen zoals Zwarte Piet of terrorisme. Scholen hebben de belangrijke maar ingewikkelde opdracht om dit soort onderwerpen op een verantwoorde manier te behandelen in de les en daarmee een bijdrage te leveren aan het burgerschap van hun leerlingen. Met name docenten in het voortgezet onderwijs en mbo die werken met een diverse leerlingpopulatie weten vaak niet goed hoe zij deze thema’s op een gestructureerde en effectieve manier kunnen behandelen en hoe zij om moeten gaan met extreme standpunten en heftige reacties van leerlingen. Er is nog weinig kennis over hoe docenten het beste om kunnen gaan met controversiële onderwerpen in de klas en hoe zij daar het beste bij ondersteund kunnen worden. Dit project heeft als doel pedagogisch-didactische strategieën te ontwikkelen die docenten kunnen inzetten om controversiële onderwerpen op een gestructureerde wijze in de les te behandelen en daarnaast concreet materiaal te ontwikkelen dat docenten kunnen gebruiken bij het lesgeven over deze onderwerpen. Docenten, lerarenopleiders en onderzoekers gaan gezamenlijk strategieën en materialen ontwikkelen, uitvoeren, evalueren en aanpassen. Vervolgens wordt de effectiviteit van de ontwikkelde strategieën en materialen wetenschappelijk onderzocht tijdens een intervisietraject waarin docenten onder begeleiding gaan werken met de ontworpen strategieën en materialen. Het onderzoek levert wetenschappelijke geëvalueerde pedagogisch-didactische strategieën en ondersteunende materialen op die docenten beter in staat moeten stellen om controversiële onderwerpen in de klas te behandelen en lerarenopleiders kunnen helpen hun studenten op deze zaken voor te bereiden.
Burgerschapscompetenties, gericht op het actief mee kunnen doen met en het betrokken voelen bij de samenleving, zijn cruciaal om oplossingen te vinden voor (maatschappelijke) kwesties zoals de afwezigheid van een veilig pedagogisch klimaat in de wijk en een toenemende segregatie doordat niet alle ouders gebruik kunnen maken van sociaalpedagogische voorzieningen. Ondanks dat burgerschapsonderwijs wettelijk verplicht is, wijst de Onderwijsinspectie (2020) op de beperkte doelgerichtheid op veel scholen, veroorzaakt doordat scholen onvoldoende weten wat goede invullingen zijn. Daarbij komt dat de complexiteit van maatschappelijke kwesties beïnvloed wordt door factoren die niet alleen in de school, maar ook in de omgeving van de school (i.e. thuis en de wijk) plaatsvinden. Burgerschapsvorming zou dus vanuit meerdere perspectieven, interprofessioneel, moeten worden bekeken en opgepakt door verschillende professionals in het sociaal-educatieve domein. Een welzijnswerker is een professional in het sociale domein die, net als leraren, kinderen begeleidt met het vormgeven van burgerschap. Ondanks dat professionals in zowel het educatieve als het sociale domein actief bezig zijn met burgerschapsvorming bij kinderen geven zij en de organisaties waarin zij werkzaam zijn aan onvoldoende geëquipeerd te zijn om op effectieve wijze interprofessioneel met elkaar samen te werken aan burgerschapsthema’s. Het doel van dit onderzoeksproject is om een aanpak te ontwikkelen om het interprofessioneel samenwerken aan burgerschapsvorming te bevorderen. Deze aanpak wordt in co-creatie, met leraren basisonderwijs, welzijnswerkers, opleiders en studenten ontwikkeld en gedurende het onderzoeksproject direct geïmplementeerd in het opleidings-en professionaliseringsaanbod van (toekomstige) leraren basisonderwijs en welzijnswerkers. Dit onderzoek zal uitgevoerd worden in Amersfoort, in samenwerking met het ABC-netwerk, een samenwerkingsverband van professionals uit het onderwijs, welzijnsorganisaties en de gemeente. De onderzoeksmethode die in dit onderzoeksproject wordt gehanteerd is participatief actieonderzoek; samen met studenten, opleiders en professionals wordt gezocht naar de beste aanpak om verandering te bewerkstelligen in de (opleidings)praktijk van leraren en welzijnswerkers.