Marine spatial planning (MSP) was developed as a place-based, integrated marine governance approach to address sectoral and fragmented management issues and has seen significant evolvement over the past two decades. MSP has rapidly become the most commonly endorsed management regime for sustainable development in the marine environment, with initiatives being implemented across multiple regions of the globe. Despite its broad and growing acceptance and use, there are several key challenges that remain, both conceptual and practical, that are negatively impacting the realization of MSP’s potential. These include institutional shortcomings, the exclusion of stakeholders, a failure to account for the human and social dimensions of marine regions, the marginalization of different types of knowledge, and the growing need to adapt to global environmental change. Although studies have examined the emergence of MSP in different geographical and institutional contexts, there is a lack of comparative analysis of how initiatives are progressing and if the foundational aims of MSP are being achieved. There is a need to analyze the degree to which MSP initiatives are responding to the environmental challenges that they have been set up to tackle and, as marine plans are setting out long-term visions for marine management, to understand if current initiatives are fit for purpose. This article responds to these concerns and reviews the evolution of MSP within 12 regional ocean areas. We utilize the term regional ocean areas to illustrate the geographical spread of MSP, with examinations conducted of the approach to MSP that specific nations within each of the 12 chosen clusters have followed. By critically assessing how MSP is progressing, it is possible to shed light on the opportunities and challenges that are facing current initiatives. This can help to reveal learning lessons that can inform future MSP systems and guide initiatives along more sustainable pathways.
MULTIFILE
Paper presentation on how hospitality business and agrofood sector can contribute to sustainable development through hospitality principles
Regional news media are facing tough times, as they lose readers and advertisers rapidly. In The Netherlands, circulation decreased from 2.7 million in 1990 to 1.8 million in 2010, household penetration declined from 47 percent to 25 percent, and the number of titles went down from 35 to 18 in the same period. We interviewed managers and executives (2009 - 2010) of nine of the eighteen regional newspapers in The Netherlands, to analyse if and how they consider convergence (the transition to an integrated newsroom) a significant option to regain readers and advertisers. This study is part of a research project on the potential (long-term) consequences of convergence for the organizational structure, the work procedures, journalistic quality, and business models of regional news media. Our first results show that convergence is, indeed, embraced as a solution. However, views on how to approach the new market for online news through an integrated newsroom differ significantly. Management tends to operate safely, experimenting with small projects that can be discontinued easily, while editors and journalists on the work floor wish to invest heavily in both the education of employees and technical convergence on a more structural basis. In its examination of how convergence is strategically and operationally changing regional media in The Netherlands this study is the first of its kind.
Onze huidige voedselvoorziening wordt gekenmerkt door overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen zoals antibiotica, genetische manipulatie, overdadig veel transport, water en andere grondstoffen worden gebruikt en productieprocessen gebaseerd op fossiele brandstoffen. Ook wordt veel landbouwgrond dusdanig uitgeput dat de kwaliteit van de grond en de diversiteit sterk achteruit gaan. Gezonde en duurzaam geproduceerde voeding zou voor iedereen bereikbaar moeten zijn. Bovendien is er veel leegstand in verschillende regio’s, deze leegstand kan door middel van aquacultuur systemen zeer waardevol worden benut. Dit is de aanleiding geweest om te zoeken naar alternatieve mogelijkheden voor duurzame productie van voedsel binnen de agrifoodsector. Geïntegreerde aquacultuur systemen worden verwacht goed toepasbaar te zijn voor duurzame voedingsproductie. Deze systemen verminderen de afhankelijkheid van de huidige voedselvoorziening van chemie, olie en gas. Bovendien stimuleert het de lokale en regionale economie en schept het duurzame werkgelegenheid. De doelstelling is het sluiten van de materiaalstroomketen, het voorkomen van afvalstoffen en het stimuleren van grondstof besparing. De aanpak van dit project is daarom gericht op de transitie naar circulaire materiaalstromen waarbij hoogwaardig hergebruik van de materialen mogelijk is op een manier waarbij waarde wordt toegevoegd. Hierbij worden mogelijkheden verkent in het kader van de biobased economy en nieuwe business- en verdienmodellen van dergelijke geïntegreerde aquaculturen. De onderzoeksvraag voor A2FISH is welke circulaire business- en verdienmodellen er realiseerbaar zijn voor kansrijke geïntegreerde aquacultuursystemen binnen de agrifoodsector. Om die onderzoeksvraag uiteindelijk te kunnen beantwoorden, zijn een aantal deelvragen geformuleerd: • Welke aquacultuursystemen zijn kansrijk toepasbaar binnen de agrifoodsector? • Aan welke technische en economische aspecten moet een aquacultuursysteem voldoen om te komen tot kansrijke business- en verdienmodellen? • Welke soorten planten kunnen worden met waardevolle inhoudsstoffen kunnen worden gekweekt met de aquacultuursystemen? • Welke soorten gangbaar industrieel visvoer kan worden gefabriceerd uit reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie en welke invloed heeft dit voer als bemesting op de waterkwaliteit? • Hoe ziet een vervolgtraject voor een geïntegreerd circulair aquacultuursysteem eruit en in hoeverre is dit anders dan voor gangbare alternatieven?
De Human Capital Agenda van GroenvermogenNL is de ‘enabler’ voor de ambitieuze activiteiten t.a.v. de productie en transport, op- & overslag van waterstof en de (grootschalige) toepassing ervan in de industrie en de overige toepassingsgebieden zoals mobiliteit & transport en de gebouwde omgeving. Belangrijke voorwaarde voor de realisatie van deze ambities is de voldoende beschikbaarheid van professionals met kennis en vaardigheden van waterstof en de toepassing ervan. Hiervoor moet nieuwe en noodzakelijke kennis snel beschikbaar komen in het reguliere onderwijs en voor de scholing en training van professionals die al werkzaam zijn. Eén van de werkstromen binnen de human capital agenda van GroenvermogenNL is de ontwikkeling en verduurzaming van learning communities rond waterstof. Learning communities zijn in transitieomgevingen een bruikbaar vehikel om derde-orde leren mogelijk te maken. In de energietransitie is zulk derde-orde leren of ook transformatief leren nodig. Dat vindt niet spontaan plaats maar vraagt om een gestructureerde manier van leren, waarin systematisch gewerkt wordt aan het conceptualiseren van complexe problemen, vraagarticulatie en het bedenken van oplossingsstrategieën. Een learning community kan dienen als innovatieruimte waarin kruisbestuiving plaatsvindt tussen verschillende types kennis en vaardigheden. Het project “Aanloopactiviteiten learning communities” is erop gericht om in de projectperiode (2022-2023) in grote lijnen twee met elkaar verweven hoofdactiviteiten uit te voeren, namelijk activiteiten die in de tweede fase zorgen voor daadwerkelijke opschaling én activiteiten die zorgen voor leren en kennisontwikkeling óver leren, werken en innoveren in learning communities. De projectperiode is een voorbereidingsjaar waarin in 6 regio’s gebouwd wordt aan een ecosysteem waarmee de HCA GroenvermogenNL gerealiseerd kan worden. Naast de regionale ontwikkeling zijn er 2 landelijke projecten, het onderhavige rond learning community-ontwikkeling en een project waarin gebouwd wordt aan een kennisplatform.
Aeres University of Applied Sciences has placed internationalisation as a key driver in its overall strategy. By prioritising the internationalisation of education and educational consultancy the university has created solid opportunities for students, lecturers, and partners at regional, national, and international levels. Currently, more strategic development on internationalisation in applied research at Aeres is needed. There is an opportunity to utilise highly proficient researchers, state-of-the-art facilities, and an impressive national research portfolio, and for this, there is a need to develop international research agenda, a key priority for AeresResearch4EU. To address this need, Aeres University of Applied Sciences aims to strengthen its internationalisation efforts with its research activities, opening the door to many opportunities, and most importantly, creating an international research agenda spanning the university's three locations. The main objectives of AeresResearch4EU are to analyse the existing research strategy and professorships and develop them towards a global research agenda for the European Union. By focusing on international research projects, Aeres can further enhance its reputation as a leading institution for applied research in agriculture, food, environment, and green technologies. AeresResearch4EU aims to create new partnerships and collaborations with researchers and institutions across Europe, allowing Aeres to contribute to developing innovative and sustainable solutions to global challenges. With its strong commitment to internationalisation and its focus on applied research, Aeres University of Applied Sciences is poised to become an essential player in the European research landscape.