Het onderwijs voor reguliere voltijdstudenten is aan vernieuwing toe omdat de traditionele en schoolse benadering voor deze groep te beperkt is. Binnen Fontys Hogescholen is men daarom aan de slag gegaan met het ontwikkelen en aanbieden van social labs waarin het leerproces van de lerende centraal staat en niet diens output.
This PhD research project is about how Dutch development NGOs use social media for their development projects. For this, the following research question has been investigated: how do Dutch development NGOs use social media to further the development activities of their organisations? The purpose of this study is to understand how development NGOs are trying to get to grips with social media. Given the exploratory nature of this research, a qualitative research approach was adopted. Both case studies and the grounded theory method were used for this study. This combination is ideal because with a case study one tries to understand, or explore a phenomenon, whereas, in grounded theory studies, one tries to build theory. Given that this study is concerned with how Dutch development NGOs perceive social media for their development projects, an interpretive paradigm seems appropriate. The grounded theory methodology for this research is consistent with the epistemology of interpretivism. The combination of case study research and grounded theory works well for theory building and has been applied in Information Systems and ICT for Development studies before. As the use of theory before data collection is in opposition to the principle idea of the grounded theory methodology, in which theory emerges from the data, this needs to be addressed when combining case studies and grounded theory. This issue was resolved by using an initial highlevel conceptual framework as a guiding instrument for both the noncommittal literature research and for the conceptualisation of the research problem, whilst not distorting the emergence of theory from the data. This study focuses on formally organised development NGOs who receive funding from the Dutch Ministry of Foreign Affairs for their development projects. From the approximately 100 organisations, fourteen NGOs were selected for this study. The choice of fourteen NGOs was driven by a theoretical sampling strategy. Data was collected via semi-structured interviews with 18 respondents and field-notes of meetings or events of 14 development NGOs. The data was analysed using the Glaserian coding procedure of grounded theory, starting with open coding, followed by selective coding, and ending with theoretical coding. Three major themes (or core categories as they are called in the grounded theory method), were identified. This study's first contribution is captured in the theme ‘NGO Enacting Values in Development’. This is about how an organisation’s values are enacted in the context of international development. The organisational mixture of development mind-sets influences organisational activities in development. The ideological trends that are stimulated by societal and technological changes have an impact on the organisation’s development strategy and the strategic collaboration network of development NGOs. The second contribution of this study is captured in the theme ‘NGO’s Views on Social Media Use’. This core category discusses the organisation’s view on the meaning of social media and includes the four following categories: technological, individual, collective and contextual views attributed to organisational social media. The four categories empirically demonstrate the concept of affordance clusters and the connections between them. The study’s third contribution is captured in the theme ‘NGO’s Use of Social Media in Development’, encompassing the social media activities of the studied development NGOs in their development projects. This has led to an assessment framework of organisational social media use by development NGOs, constructed by cross-referencing the organisational goals of development NGOs to the social media activity areas in the context of development. These themes represented by three core categories are inter-related. Feedback loops between NGO’s values in development, views on social media, and the actual uses of social media for development purposes have been discerned. This grounded theory study aims to build an initial theory of how NGOs might approach the use of social media in a development context. This qualitative study has produced some new concepts. This study has led to a substantive theory in the context of international development. Furthermore, this substantive theory is compared with three theory lenses, when applied on the data collected for this PhD research, in their ability to identify similar concepts as reached with the substantive theory following the grounded theory method. Finally, the thesis presents some avenues for future research that may help expand the substantive theory that has been developed under this research to formal theory
LINK
Wereldwijd onderzoek: Hoe gebruiken nieuwsmedia social media? Jongeren lezen geen krant meer, ze kijken op hun smartphone die ze altijd bij de hand hebben. Binnen het lectoraat social media en reputatiemanagement van NHL hogeschool te Leeuwarden heeft een groep internationale studenten in 12 landen onderzoek gedaan. Hierbij hebben ze meer dan 150 social media sites bestudeerd van nieuws media. De resultaten maken deel uit van een internationaal onderzoek van NHL Hogeschool en Haaga Helia University. De onderzoeksvraag was: Wat speelt zich af in de nieuwsmedia? Persbureaus kunnen het overzicht gebruiken om hun social media te optimaliseren. En voor ieder die journalistiek een warm hart toedraagt is het interessante informatie over de nieuwsmedia in een overgangssituatie (2nd edition)
In tijden van toenemende culturele diversiteit en arbeidsonzekerheid hebben jongeren in Nederlandse en Duitse stadswijken grote behoefte aan richting met betrekking tot hun toekomstige leven. Ouders en leraren lijken zelf vaak te worden overweldigd door de snel veranderende wereld waarin ze leven. Naast deze veranderingen neemt het gebruik van sociale media sterk toe, waardoor de al bestaande generatiekloof nog groter wordt. Deze ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor de levensloopperspectieven van jongeren en leiden er vaak toe dat ze meer dan ooit richting zoeken bij hun leeftijdgenoten. In plaats van dit te zien als een problematische situatie, is dit project erop gericht de netwerken van jongeren te gebruiken als bron voor verbetering van de stadswijken. Het basisidee is jonge adolescenten (in de leeftijd van 12-14 jaar) te empoweren via bepaalde leeftijdgenoten die al gerespecteerd, verantwoordelijk en stabiel in het leven staan. Deze ‘homies’ (vier Nederlandse en vier Duitse jongeren) worden getraind en begeleid door experts op het gebied van oplossingsgericht denken en inspirerende communicatie. Daarna gaan de homies aan de slag in hun eigen wijk, waar ze drie maanden actief zullen zijn. De meeste communicatie met hun leeftijdgenoten zal verlopen via mobiele communicatie en sociale medianetwerken. In het begeleidende onderzoek wordt een analyse gemaakt van de leefsituatie van jongeren in de geselecteerde wijken voor en na de tussenkomst van de homies. De homies houden zelf een (mobiel) dagboek bij dat inzicht zal bieden in hoe zij zelf de veranderingen bij de jongeren in hun wijk zien.
De alliantie tussen professionals en cliënten in de jeugdzorg is een krachtige algemeen werkzame factor in de hulp aan kinderen en ouders met opvoedproblemen. De alliantie tussen professionals en cliënten bestaat uit de persoonlijke klik, overeenstemming over de doelen waaraan gewerkt wordt en de wijze waarop er samengewerkt wordt aan die doelen. Een positieve alliantie in een vroeg stadium van het hulpverleningstraject is een betrouwbare voorspeller van een positieve uitkomst. Het vroegtijdig zicht krijgen op de kwaliteit van de alliantie geeft de mogelijkheid om breuken en deuken in beeld te brengen en vroegtijdig bespreekbaar te maken en te herstellen. Het ritueel om de alliantie bespreekbaar te maken wordt in de praktijk nog weinig gestalte gegeven. Het vergt van professionals een scherp observatievermogen, goede reflectievaardigheden en de nodige creativiteit om het ritueel in het primair proces te passen. Met de te ontwikkelen experimentele leerlijn waar deze aanvraag op ingaat willen werkveldpartners inzetten op het aanleren van deze vaardigheden.
Middels een RAAK-impuls aanvraag wordt beoogd de vertraging van het RAAK-mkb project Praktische Predictie t.g.v. corona in te halen. In het project Praktische Predictie wordt een prototype app ontwikkeld waarmee fysiotherapeuten in een vroeg stadium het chronisch worden van lage rugpijn kunnen voorspellen. Om chronische rugpijn te voorkomen is het belangrijk om in een vroeg stadium de kans hierop in te schatten door psychosociale en mogelijk andere risicofactoren op chronische pijnklachten te herkennen en hierop te interveniëren. Fysiotherapeuten zijn met deze vraag naar het lectoraat Werkzame factoren in Fysiotherapie en Paramedisch Handelen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen gegaan en dit heeft aanleiding gegeven een onderzoek op te zetten waarin een dergelijke methodiek ontwikkeld wordt. De voorgestelde methodiek betreft een Clinical Decision Support Tool waarmee een geïndividualiseerde kans op chronische rugpijn kan worden bepaald gekoppeld aan een behandeladvies conform de lage rugpijn richtlijn. Hiervoor is eerst geïnventariseerd welke methoden fysiotherapeuten reeds gebruiken en welke in de literatuur worden genoemd. Op basis hiervan is een keuze gemaakt ten aanzien van data die digitaal verzameld worden in minimaal 16 fysiotherapiepraktijken waarbij patiënten gedurende 12 weken gevolgd worden. Met de verzamelde data worden met machine learning algoritmes ontwikkeld voor het berekenen van de kans op chroniciteit. De algoritmes worden ingebouwd in de Clinical Decision Support Tool: een gebruiksvriendelijke prototype app. Bij het ontwikkelen van de tool worden eindgebruikers (fysiotherapeuten en patiënten) intensief betrokken. Op deze manier wordt gegarandeerd dat de tool aansluit bij de wensen en behoeften van de doelgroep. De tool berekent de kans op chroniciteit en geeft een behandeladvies. Daarnaast kan de tool gebruikt worden om patiënten te informeren en te betrekken bij de besluitvorming. Vanwege de coronacrisis is er een aanzienlijke vertraging in de patiënten-instroom (doel n= 300) ontstaan die we met ondersteuning van een RAAK-impuls subsidie willen inlopen.