In this article, we argue for the use of the concept of ‘public familiarity’ in research on community development through community sports to broaden our perspective on its social effects. Public familiarity is defined as a feeling of ease in local spaces, enabled by the capacity to know what to expect and who and when to trust or distrust, developed by some level of acquaintance, however superficial and fluid. The aims of this pilot study are to explore the social meaning ascribed to being engaged in community sports by participants living in disadvantaged neighbourhoods and to explore the value of using the concept of ‘public familiarity’ in understanding the social impact of community sports. The focus is on community sports groups in disadvantaged neighbourhoods in The Hague Southwest which are facilitated and funded by the local government and aimed at strengthening social cohesion. This exploratory pilot consists of four focus groups with community sport groups. Results show the importance of public familiarity for participants in three different ways; (i) public familiarity as requirement for participation in community sports, (ii) the value of public familiarity resulting from participation in community sports, and (iii) the benefits of public familiarity in the daily lives of participants of community sports.
DOCUMENT
Stemmen van kinderen in de pleegzorg zijn vaak verborgen in het volle zicht. Dat betekent dat veel professionals en (pleeg)ouders zich aan de ene kant dagelijks inzetten voor deze kinderen. Tegelijkertijd worden deze kinderen vaak onvoldoende echt gezien en gehoord. Dit druist in tegen het recht dat kinderen op grond van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind hebben om zich een mening te vormen en die vrijelijk te uiten in alle gelegenheden die hen betreffen. Het lectoraat Stem van Kinderen in de Pleegzorg draagt daarom bij aan pleegzorgorganisaties en pleeggezinnen waar kinderen beter gehoord worden. Dit gebeurt vanuit een contextuele en relationele benadering. Het lectoraat werkt samen met direct betrokken ervaringsdeskundigen, professionals, wetenschappers en studenten aan een luisterende cultuur binnen gezinnen en organisaties alsmede aan versterking van de identiteit en autonomie van kinderen in de pleegzorg.
DOCUMENT
Dit kwalitatieve onderzoek verkent hoe dagbesteding beter kan aansluiten bij oudere mensen met een migratieachtergrond en welke factoren deelname bevorderen of belemmeren. Interviews zijn gehouden met zowel professionals uit zogenoemde good practices als met oudere mensen met een migratieachtergrond (met name van Turkse, Marokkaanse en Syrische herkomst). De resultaten laten zien dat deelname aan dagbesteding voor deze doelgroep geen vanzelfsprekend proces is, maar sterk afhankelijk van sociale relaties, vertrouwen en praktische voorwaarden. Factoren zoals taal, vervoer, familierelaties en onbekendheid met het aanbod spelen hierin een belangrijke rol. Tegelijk blijkt dat dagbesteding, wanneer deelname eenmaal tot stand komt, een belangrijke bijdrage levert aan sociale verbondenheid, zingeving en structuur in het dagelijks leven. Effectieve praktijken kenmerken zich door een combinatie van een herkenbaar dagritme, een persoonlijke benadering, cultuursensitiviteit en actieve toeleiding via netwerken en sleutelfiguren. De studie benadrukt het belang van relationeel en praktijkgericht werken om beter aan te sluiten bij de leefwereld van deze doelgroep.
DOCUMENT
An accessible overview of Crime Prevention Through Environmental Design (CPTED), outlining its theoretical foundations and evolution, presenting a practical three-generation framework (SAFE, ACTS, STEP), and illustrating it with international best practices and future directions for evidence-based, sustainable urban safety.
DOCUMENT
Veel mantelzorgers moeten zelf het wiel uitvinden wanneer een naaste dementie krijgt. Partners raken overbelast, maar - en dat is veel minder bekend - hetzelfde geldt ook voor hun kinderen. Zij proberen de zorg te combineren met werk en gezin, maar lopen daardoor het risico zelf uit te vallen door stressgerelateerde klachten. Ondanks het grote aanbod aan (praktische) ondersteuning, zoals o.a. zichtbaar wordt via het platform Regie op Dementie, wordt deze hulp vaak niet (tijdig) gevonden. Een veelgehoorde opmerking is "Had ik deze informatie twee jaar geleden maar gehad." Dan hadden kinderen beter inzicht gehad in wat er nog wél kan voor hun ouder(s) met dementie. Met ondersteuning van een subsidie van ZonMw heeft Stichting Regie op Dementie samen met het lectoraat Societal Impact Design van Hogeschool lnholland en ontwerpbureau Unbeaten Studio onderzoek gedaan naar triggers en drijfveren die bepalen waarom mantelzorgende kinderen wel of niet in actie komen om hulp te vragen bij de zorg voor hun ouder(s). Het onderzoek is uitgevoerd met Empathisch Co-Design, waarbij 26 mantelzorgende kinderen en 8 experts actief betrokken waren in het ontwerpgerichte onderzoeksproces en de gezamenlijke zoektocht naar antwoorden. In dit interventieoverzicht vind je allereerst een nieuwe indeling in mantelzorgarchetypen, die betere matching en maatwerkinterventies mogelijk maakt. Daarnaast worden 8 interventie-ideeën gepresenteerd die gericht zijn op het voorkomen van overbelasting. In een tabel zijn archetypen en hun uitdagingen gekoppeld aan passende interventies. Quotes van 11 mantelzorgende kinderen uit co-reflectie sessies geven tot slot een goed beeld in hoeverre ze de interventies vonden aansluiten bij de uitdagingen van hun archetype.
DOCUMENT
Door de sterke toename van dementie groeit ook de druk op mantelzorgende (schoon)kinderen. Zij schakelen vaak pas laat hulp in en lopen daardoor het risico op overbelasting. Dit onderzoek introduceert zelfbewust mantelzorgerschap en combineert gedragspsychologie, reflectieve praktijk en empathisch co-design om te verkennen hoe vroegtijdige ondersteuning kan worden ontwikkeld en ingezet. Op basis van literatuuronderzoek en co-designsessies zijn vier archetypen van mantelzorgende kinderen beschreven. Deze archetypen maken verschillen zichtbaar in motivatie, copingstijl en hulpvraaggedrag. De archetypen vormden de basis voor de ontwikkeling van een navigatiemodel, dat mantelzorg beschrijft als een dynamisch proces waarin kinderen zich door verschillende fases van dementie bewegen en op verschillende momenten andere ondersteuning nodig hebben. Op basis hiervan is een interventieportfolio met acht interventies ontwikkeld, waaronder de Podcastwalks en de Reflectie Coach. Deze interventies activeren vier werkzame mechanismen: gestructureerde reflectie, spiegeling, externalisering van belasting, en erkenning. Door autonomie, competentie en verbondenheid te versterken, ondersteunen deze interventies preventieve gedragsverandering en bieden zij mantelzorgende kinderen praktische handelingsperspectieven om stress, overbelasting en crisissituaties te voorkomen.
DOCUMENT
De gemeente Rotterdam liet het lectoraat Publiek Vertrouwen in Veiligheid van Hogeschool Inholland onderzoek doen naar de veiligheidsbeleving in drie buurten van Hoogvliet: de Lampreibuurt, Zalmplaat en Westpunt. Uit het onderzoek blijkt dat de veiligheidsbeleving in de drie buurten onder druk staat door een combinatie van geweld, drugsproblematiek en een door mannen gedomineerd straatbeeld met veel groepen op straat. Deze problematiek doet zich niet op één plek of bij één groep voor, maar komt op sommige locaties samen, met name in de Lampreibuurt. De impact van deze onveiligheid is groter voor vrouwen dan voor mannen. Vrouwen voelen zich vaker onveilig en passen hun gedrag hierop aan, mede door de zichtbare aanwezigheid van groepen mannen in de openbare ruimte. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat sociale samenhang, drukte en een divers gebruik van de openbare ruimte juist bijdragen aan een betere veiligheidsbeleving.
DOCUMENT
In 2024 en 2025 heeft Hogeschool Inholland in opdracht van de gemeente Rotterdam onderzoek gedaan naar de veiligheidsbeleving van bewoners in Pernis. Uit het onderzoek komt naar voren dat bewoners van Pernis zich overwegend veilig voelen. Deze veiligheidsbeleving wordt in belangrijke mate gedragen door de sterke sociale cohesie en sociale controle in het dorp. Tegelijkertijd blijkt dat deze hechte sociale structuur ook een schaduwzijde kent. Bewoners ervaren een drempel om veiligheidsproblemen te delen met instanties, wat kan bijdragen aan een lage meldingsbereidheid. De veiligheidszorgen die bewoners benoemen richten zich vooral op verkeersonveiligheid en het gedrag van jongeren in de openbare ruimte. Met name het metrostation wordt vaak als onveilig ervaren, vooral in de avonduren. Deze plek wordt geassocieerd met overlast, onvoldoende toezicht en een onaantrekkelijke uitstraling. Daarnaast zijn er signalen dat sommige bewoners te maken hebben gehad met impactvolle veiligheidsincidenten, waar weinig openlijk over wordt gesproken.
DOCUMENT
De gemeente Rotterdam liet het lectoraat Publiek Vertrouwen in Veiligheid van Hogeschool Inholland onderzoek doen naar de veiligheidsbeleving op en rond de Strevelsweg en omliggende straten. Uit het onderzoek blijkt dat veiligheidszorgen op de Strevelsweg vooral samenhangen met drugsproblematiek en de daaruit voortvloeiende criminaliteit en overlast. Daarnaast spelen verkeersonveiligheid en zwerfafval een belangrijke rol in hoe mensen de straat ervaren. Deze factoren versterken elkaar en zorgen bij een deel van de bewoners voor een gevoel dat de grip op de leefomgeving afneemt. De impact van deze onveiligheid is groter voor vrouwen dan voor mannen. Vrouwen voelen zich vaker onveilig, met name in de avond en op plekken waar groepen mannen zichtbaar aanwezig zijn. Zij passen hun gedrag hierop aan door plekken te vermijden of hun dagelijkse routines te veranderen. Dit leidt ertoe dat vrouwen minder gebruikmaken van de straat en de openbare ruimte. Het onderzoek laat zien dat deze vermijding het principe van ‘meer ogen op straat’ ondermijnt.
DOCUMENT
In Zaandam-Oost bestaan hardnekkige gezondheidsverschillend die samenhangen met sociaaleconomische ongelijkheid. Binnen het Pact Zaandam-Oost is het project Gezondheidscoaches opgezet om, via het opleiden van bewoners en professionals, bij te dragen aan gezondheid, leefstijl en sociale verbinding in de wijk. Dit praktijkgerichte onderzoek brengt de ervaren impact van deze opleiding in kaart. De bevindingen laten zien dat gezondheidscoaches persoonlijke veranderingen doormaakten in leefstijl, bewustzijn en gezondheidskennis. Vanuit deze versterkte positie wisten zij andere bewoners te bereiken, te motiveren en met elkaar te verbinden, onder meer via het gezondheidscafé en wandelactiviteiten. Daarmee dragen zij bij aan gezond gedrag, sociale ontmoeting en toegankelijkheid van gezondheidsinformatie. Daarnaast ontwikkelden gezondheidscoaches meer zicht op het lokale zorg- en ondersteuningsaanbod, wat volgens betrokken professionals kansen biedt voor een informele brugfunctie tussen bewoners en voorzieningen. Het gezondheidscafé vervult hierin een centrale rol als laagdrempelige ontmoetingsplek waar impact zichtbaar wordt op een individueel, sociaal en wijkniveau.
DOCUMENT