Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Leren, vooral leren voor een beroep, is meer dan alleen kennis ontwikkelen. Je moet die kennis ook kunnen benutten in diverse contexten samen met je vaardigheden en attitudes. Kan dat tegelijkertijd? Of is het beter om dat op verschillende plekken te doen? Gescheiden in tijd en plaats? De ‘situering van het leren’ kan vele vormen aannemen en ademt bovendien de tijdgeest.
ARTIKEL
In 2017 is er door studenten binnen Bslim Groningen onderzoek gedaan naar impliciet leren tijdens de lessen bewegingsonderwijs. In twee factsheets worden de belangrijkste bevindeingen gedeeld.
RAPPORT
Kennistafel Onderzoekend & Ontwerpend Leren
BLOGS EN WEBPUBLICATIES
Ovegenomen uit het tijdschrift HJK nr. 3 van november 2021, met toestemming van ThiemeMeulenhoff Spelend leren, een kernbegrip in het kleuteronderwijs, kent verschillende benaderingen, variërend van kindvolgende benaderingen via ontwikkelingsgerichte benaderingen tot directe instructiebenaderingen. Welke vorm van spelend leren is het meest effectief?
ARTIKEL
In onze samenleving komen er steeds meer keuzemogelijkheden bij. Dit zien we ook in het hoger onderwijs en bij Ambitie 2025 van Avans Hogeschool. Avans biedt studenten in de toekomst meer inhoudelijke keuzevrijheid. Studenten kunnen zelf een deel van hun onderwijsprogramma samenstellen, door modules te kiezen die passen bij hun doelen, interesses, waarden en capaciteiten. Interessant, maar ook uitdagend. Het bieden van deze keuzevrijheid roept namelijk nogal wat vragen op: Willen studenten deze keuzevrijheid? Hoe gaan studenten om met deze keuzevrijheid? Moeten we hen ondersteunen en begeleiden in het maken van (inhoudelijke) keuzes? En zo ja, hoe dan?
ARTIKEL
Deze afscheidsrede van Frank de Jong verwondert zich over de sterke impact van (directe) instructie in het onderwijs en de daarmee samenhangende gerichtheid op het individuele leren. Om een antwoord te vinden op die verwondering put de rede uit de filosofe Hannah Arendt en haar analyse van de menselijke conditie, de vita activa. Arendt onderscheidt drie menselijke activiteiten: arbeid, werken, spreken en handelen. Arbeid gaat over het voorzien in basisbehoeften en het creëren van een ‘thuis’ met anderen waar het goed toeven is. Werken heeft te maken met het creëren van talen en cultuur en daarmee een kunstmatige wereld. Spreken en handelen omvatten het organiseren van de samenleving en politiek bedrijven. Door het leren en onderwijs te koppelen aan de vita activa komt een beeld naar voren van een onderwijs dat zich voornamelijk richt op arbeid en werken, met een sterke nadruk op (directe) instructie en het aanleren van vaardigheden en kennis. Het spreken en handelen, het ontwikkelen van ideeën en het samenwerken aan een betere wereld, blijven vaak onderbelicht in het onderwijs. Directe instructie mag dan wel efficiënt zijn in het steeds meer geïndustrialiseerde onderwijs met eindtermen en managerial KPI’s, het is niet effectief in het licht van het de totale ontwikkeling als mens. Dit pleit voor meer ruimte te creëren voor idee-ontwikkeling, co-creatie, kennisopbouw en dialoog in het onderwijs. Een onderwijstransitie van een 'belief mode' van leren naar een 'design mode' van leren met de nodige infrastructurele verandering op verschillende niveaus die zo’n transitie vereist. Er is een groeiend bewustwording nodig dat de huidige rol en wijze van leren in het onderwijs en in (school)organisaties onvoldoende bijdraagt aan de oplossingen van de huidige complexe uitdagingen in onze samenleving. Een bredere en diepere benadering van leren in het onderwijs, waarbij niet alleen kennisoverdracht en vaardigheden worden benadrukt, maar ook het ontwikkelen van ideeën, samenwerking en dialoog centraal staan is noodzakelijk, zodat er ruimte is om spreken en handelen te ontwikkelen opdat mensen af en toe uit de rij te stappen om een beter ‘thuis’ te realiseren. Dit doe je niet in je eentje maar in cocreatie met anderen samen en dat moet je (stimu)leren.
NIET BEKEND
In het kader van de invoering van het studiehuis wordt in deze theorie over zelfstandig leren geordend en gedidactiseerd voor gebruik in workshops met (aanstaande) leraren voortgezet onderwijs. Van workshops met drie verschillende groepen leraren worden evaluatiegegevens gepresenteerd.
ARTIKEL
Eén van de zeven pijlers van de Vensterschool is “binnen- en buitenschoolse activiteiten”. Daarin trachten Vensterschoolpartners een aanbod te bieden dat op elkaar is afgestemd en samenhang vertoont. Dit lijkt vaak (nog) niet het geval, wat o.a. te maken heeft met het feit dat het aanbod onvoldoende in samenspraak wordt ontwikkeld. Pas wanneer de betrokkenen professionals ten diepste overtuigd zijn van de doelen van de verbinding tussen binnen- en buitenschools leren, zullen zij de voetangels en klemmen die met die verbinding gepaard gaan uit de weg willen en kunnen ruimen. De fundamentele vraag is WAAROM en vooral WAARTOE?
De overwegingen en drijfveren van het project zijn: Betekenisvol leren beklijft bij kinderen beter dan puur schools leren. Talentenontwikkeling. We weten niet precies welke beroepen en functies we als maatschappij in de toekomst nodig hebben, maar we weten wel dat we mensen nodig hebben met creativiteit, die kritisch kunnen denken, samen kunnen werken en ondernemend zijn. Een school kan de volledige ‘Bildung’ van kinderen niet alleen aan. Een brede school is dan ook een school die beseft het niet alleen te kunnen.
De werkgroep “binnen- en buitenschools leren” heeft als doelen geformuleerd;
1. (Delen van) het buitenschoolse aanbod meer (dan nu het geval is) in samenhang te ontwikkelen met het binnenschoolse;
2. (delen van) het buitenschoolse aanbod beter te laten aansluiten bij de (ontwikkelings)behoeften van de kinderen in de wijk op basis van wensen en ervaringen van professionals, ouders en kinderen zelf;
3. verschillende groepen kinderen beter toe te leiden naar het naschoolse aanbod.
De werkgroep heeft het volgende gerealiseerd: Een criterialijst t.b.v. de ontwikkeling van “ideale” geïntegreerde activiteiten. ‘Lente’, een geïntegreerde activiteit voor de onderbouw. Een “eigen” ruimte inrichten: een activiteit om aan te sluiten bij de leefwereld van bovenbouwkinderen. Kinderpersbureau: de activiteit is verbeterd op de activiteitenladder opgenomen en er is onderzoek gedaan naar de veronderstelde communicatie- en samenwerkingsproblemen. Een activiteit voor groep 5/6 op basis van een behoeftepeiling. Een activiteit (i.s.m. de werkgroep 10-14-jaar) waarbij kinderen aan de hand van zelf vervaardigde filmpjes bewust werden gemaakt van verschillende vormen van risicogedrag. Een korte promotiefilm over de werking van de ladder t.b.v. ouders die minder makkelijk zijn aan te spreken met schriftelijke voorlichting (via de ladder). Alle activiteiten zijn zowel wat betreft product als proces geëvalueerd en er is gekeken naar de continueringsmogelijkheden. Voor de ontwikkeling van binnen- en buitenschoolse activiteiten zijn succesfactoren geformuleerd.
RAPPORT
In de bundel (On)voorstelbaar (on)voorspelbaar: Leerpraktijken in 2020 van IVLOS en SURF, gaat Marco Snoek in op de rol die toekomstscenario’s kunnen spelen als instrument voor leren en reflectuie in het onderwijs. Scholen en leraren moeten hun leerlingen voorbereiden op een toekomst die nog niet bekend is. Dat vraagt een grote mate van ‘toekomstgevoeligheid’ van leraren. Het maken van toekomstscenario’s kan daarbij helpen. Toekomstscenario’s kunnen helpen om bestaande vooronderstellingen en mogelijke alternatieven met betrekking tot de dagelijkse werkpraktijk en werkroutines zichtbaar te maken. Op die manier draagt het ontwikkelen van toekomstscenario’s binnen teams of binnen de opleiding bij aan de 'veranderingsbekwaamheid’ van professionals
HOOFDSTUK
Bij het leren lezen kan oefensoftware veel voordelen bieden. Leerlingen kunnen individueel en op hun eigen niveau oefenen met de leerstof en krijgen daarbij directe feedback. Het is echter niet altijd makkelijk om oefensoftware op een goede manier in het onderwijs in te zetten, bijvoorbeeld vanwege een beperkt aantal computers op school, of vanwege organisatorische moeilijkheden bij het inpassen van het computerwerk in het lesprogramma. In het onderzoeksproject EDiLe (Effecten van een Digitaal leermiddel bij het leren Lezen) is onderzocht hoe oefensoftware het beste kan worden ingezet in het leesonderwijs in groep 3 en welke effecten de software heeft op de leeruitkomsten. Het onderzoek werd gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).
RAPPORT